VAL YGOT, FRANKRIJK
Vergeltungswaffe Eins (V1)

De V1 lanceerinstelling van Val Ygot, Frankrijk

Het stond al geruime tijd op de lijst van 'te bezoeken objecten', de V1 lanceerinstelling van Val Ygot. In 2025 was het dan eindelijk zover. Jaarlijks reden we op de snelweg A28, komende vanaf richting Le Havre, en deze keer besloten we de afslag '10' te nemen, Les Hayons (Dieppe, Forges-loes-Eaux). De V1 lanceerinrichting ligt zo'n 10 kilometer vanaf de A28. Vervolgens namen we de D915 richting Pommeréval (op de bewegwijzering stond ook reeds 'Site de V1 du Val Ygot'). In Pommeréval namen we op de rotonde de afslag richting Bellecombre (D99). Na een kleine 3 kilometer arriveerden we bij een parkeerplaats, midden in een bos, van Site de V1 du Val Ygot. En waren wij in voor een grote verrassing,...

Maar eerst iets over de vliegende bom, de V1,...

Een V1 wordt naar de lanceerinstelling gebracht

Fieseler Fi 103 (V1)

Het eerste aanbod voor een vliegende bom werd in september 1941 afgewezen door het Duitse Rijks Luchtvaartministerie. Op 5 juni 1942 werd het opnieuw aangeboden door Fieseler als een projectiel dat uitermate geschikt was om Engeland te bestoken. Het ontwerp van de Fi 103 (de latere V1) was van Ir. Breé, R. Lusser (ontwerper van de romp), Paul Schmidt (de motor) en W. Fiedler.

De voortdrijving van de V1
1. tank met samengeperste lucht (2x, één afgebeeld), 2. het vulventiel
3. drukverlager, 4. terugslagventiel, 5. brandstoftank, 6. filter, 7. regelaar
8. mengseluitlaat, 9. stuwdrukbuis, 10. verdeelkoppeling 11. omschakelklep,
12. brandstofinspuiting, 13. perslucht voor besturing, 14. afstelknop

De zogenaamde puls-straalmotor, gebouwd door Argus, was in 1929 ontwikkeld door Paul Schmidt. De aan de voorzijde binnenstromende lucht werd vermengd met inspuiting van een laag octaan gehalte benzine vanuit negen spuitnippels en tot ontsteking gebracht. Kleppen aan de voorzijde sloten zich tijdens de ontsteking en openden zich vervolgens weer voor een nieuwe ‘hap’ lucht. Dit gebeurde 45 keer per seconde (27.000 per minuut). De veroorzaakte zware trillingen die dit opwekten werden opgevangen door rubbers die de straalpijpverbinding vormden met de romp. Dit type onsteking gaf het de karakteristieke ploffende geluid van de V1, en die het de Britse bijnaam 'Doodlebug' gaf.

Een compressiebol omwonden met pianosnaren, links zonder pianosnaren

Het was een vernuftig systeem dat gebruik maakte van twee bollen samengeperste lucht (150 bar) die in de romp achter de brandstoftank waren geplaatst. Deze waren omwonden met pianosnaren voor extra stevigheid tegen de druk. De samengeperste lucht deed drie dingen, de brandstof naar de motor stuwen, de pneumatische bediening van de drie gyroscopen en die van het hoogte en richtingroer. De drie gyroscopen achterin de V1 zorgden ervoor dat het toestel stabiel bleef en niet ging rollen of stampen. Dit constante corrigeren kon het toestel van koers brengen en daarvoor was er een magnetisch kompas voor in de neus aangebracht.

Een V1 aan het einde van de lanceerrail (het achterstuk ontbreekt hier)
(te vinden in Peenemünde, Duitsland)

De V1 had te weinig vermogen om op eigen kracht los te komen. Om de V1 te lanceren werden er verplaatsbare lanceerschansen ontwikkeld die vrij eenvoudig waren op te bouwen. Circa twee meter vijftig lange segmenten werden schuin oplopende achterelkaar geplaatst tot het een lengte had van 40 of 50 meter en een hoogte van ongeveer 5 meter. Ook was er de mogelijkheid om de segmenten op betonnen schansen aan te brengen (zoals die in de Cotentin zijn te vinden).

De 'plunger', de kleine vin boven op de plunger duwde de V1 naar voren

De slee bestond uit een rail waarin cilinderruimte zat waarin een zogenaamde ‘plunger’ met een doorsnee van 31 centimeter werd geplaatst. In de plunger werd een reactie tussen waterstofperoxide (T-Stoff) en de katalysator calciumpermangaat (Z-Stoff) tot stand gebracht waardoor water onder hoge druk tot stoom werd omgezet. De plunger, met daarbovenop de V1 verbonden schoot dan naar voren door de rail, de V1 de nodige aanvangssnelheid gevende voor het de lanceerrail verliet om op eigen kracht verder te vliegen.

Een druk op de knop,.. en de V1 wordt gelanceerd

In de neus van de V1, achter het magnetisch kompas, was een explosieve lading aangebracht van 850 tot 1000 kg. Hierachter was de brandstoftank geplaatst voor zo’n 675 liter. Dwars door deze tank liep de vleugelligger. Met een totaal gewicht van ongeveer 2200 kg bereikte het een snelheid tussen de 550 en 600 km per uur (later opgevoerd tot 655 km). Het gemiddelde ingestelde bereik lag rond de 60 kilometer en het vloog dan op een hoogte tussen de 600 tot 1500 meter.

De automatsiche piloot met telwerk en gyroscoop
(te vinden in Peenemünde, Duitsland)

Eenmaal boven het doelgebied gekomen had een kleine propeller aan de voorzijde een, van te voren, op een telwerkje ingestelde bepaald aantal omwentelingen gemaakt en de nul bereikt, waarop de brandstoftoevoer afgesloten werd en het hoogteroer aangetrokken waarna de V1 neerdook.

En weer wordt een V1 naar de lanceerrail gebracht

Probleem met de V1 was het onbetrouwbare in het doelgericht afvuren van dit type wapen. Het was meer geluk dan wijsheid als het ergens levens eiste en schade veroorzaakte. Het oorspronkelijk Fi 103 geheten wapen kreeg al spoedig de naam V1, wat voor ‘Vergeltungswaffen’ stond. De V1 mocht dan een slecht te sturen wapen zijn als vliegende bom, maar de psychologische waarde op het doelgebied had zijn impact. De latere V2 was nog dramatischer voor de mensen in het doelgebied, daar deze onhoorbaar zomaar opeens ergens kon neerkomen en exploderen.

Niet alle lanceringen gingen goed, zoals deze in een Frans weiland,...

Op 13 juni 1944 werden de eerste tien V1's gelanceerd richting Londen vanuit Noord-Frankrijk, deze misten allen hun doel. Van de ongeveer 16.000 gelanceerde V1's troffen er 2.419 Londen en 2.448 Antwerpen (waarvan voor deze stad de V1’s vanuit Nederland werden gelanceerd). De rest, zo'n 11.000, misten hun doel, gingen verloren door mankementen, of werd door luchtafweer vernietigd danwel onderschept door jachtvliegtuigen. Ook het door Nederlanders bemande 322 Squadron wist er meer dan 110 neer te schieten met hun Spitfires Mk XIV (topscoorder was F/O R.F Burgwal met 19 stuks).

Een voorbeeld van hoe met 'wing-tippen' de V1 uit koers werd gebracht, door
(laatst geleverde aan de RAF) Spitfire Mk XII, MB882 van het No.41 Squadron
(illustratie: Bouwdoos 'Special Hobby')

Naast het beschieten van de V1, waren er ook piloten die naast de V1 vlogen, en met hun vleugeltip de V1 uit koers brachten, dan wel lieten neerstorten. Toch hoefden de piloten niet echt de V1 aan te raken, de luchtstroom te verstoren was vaak al voldoende. Het is niet vaak toegepast, want het was een gevaarlijke manoeuvre. Het verhaal ging dat Duitsers een 'schakelaar' onder de vleugels aanbrachten, dat wanneer een RAF piloot de korte vleugel van de V1 wilde 'wippen', dat de zaak explodeerde (aangehaald door de Poolse piloot Jan Zumbach in zijn boek 'Mister Brown', waarin hij verteld dat er twee piloten het leven lieten daardoor, maar er is geen verder tastbaar bewijs van). De eerste die de 'wing-tip' manoeuvre uitgevoerd zou hebben was Fl.Officer Ken Collier, RAAF, op 23 juni 1944 toen hij door zijn munitie heen was. Er zouden trouwens maar een twaalftal gevallen bekend zijn waar 'wing-tippen' gebruikt werd.

Op de volgende pagina bezoeken we de
V1 lanceerinstelling van Val Ygot,...

GA TERUG