BOMBARDEMENT
OP ENKHUIZEN
Donderdag 15 maart, 1945

Het No. 308 (City of Kraków) Squadron

Op de pagina 'Het bombardement op Enkhuizen' schreef ik: Op donderdag 15 maart, 1945, rond 16.15 uur, draaiden vier Spitfires van de Britse RAF, van het No. 308 (Pools) ‘City of Kraków’ Squadron, op de haven van Enkhuizen aan. In twee formaties van twee doken ze naar hun doelwit, te weten een twaalftal grote 'schuiten'. Hoeveel bommen er precies vielen, is onduidelijk. De bommen die onder een Spitfire konden worden opgehangen, waren twee 250 lb en één 500 lb G.P. (General Purpose), ‘MC’ (Medium Capacity) bommen. Een aanval werd meestal ingezet vanaf een hoogte tussen de 8000 en 5000 voet (2500 en 1500 meter) hoogte om het Duitse luchtafweer geen kans te geven. In duikvlucht ging het toestel naar het doelwit, en werden de bommen op 3000 voet (900 meter) – nooit lager dan 2000 voet- (600 meter) los gelaten. Een piloot met ervaring kon zijn bommen plaatsen binnen ongeveer 30 meter van het doelwit. Na de duikvlucht trok de piloot zijn vliegtuig weer omhoog, waarbij het soms voorkwam dat de vliegenier even het bewustzijn verloor, want de G-krachten konden tussen de 5- en 6 G zijn.

Een voorbeeld hoe de bommen onder een Spitfire waren opgehangen.
(Dit is Spitfire Mk IX, MJ281 van het No.308 Squadron, in 1944, deze
was niet betrokken bij het bombardement op Enkhuizen)

Onder elke Spitfire kon dus centraal een bom van 500 pond (227 kg) en onder elke vleugel een bom van 250 pond (113 kg) gehangen worden. Maar of dit aantal ook daadwerkelijk meegevoerd was, is gezien de schade alleen terug te brengen naar de 250 ponder bommen. De vlucht vanaf Gilze-Rijen, waar de Spitfires vandaan kwamen, is heen en terug meer dan 300 kilometer. De Spitfire Mk XVI had een actieradius van zo'n 700 km, maar vanwege het extra gewicht van de bommen werd minder brandstof meegenomen wat de vliegtijd weer beperkte. Hoeveel bommen er daadwerkelijk werden afgeworpen mag dan onduidelijk zijn, de drukgolven van de afgeworpen bommen en de enorme scherfwerking zouden voor een enorme schade zorgen en een groot aantal doden. Uit het 'after-action report' zou het om een 'divebombing and reconnaissance' missie gegaan zijn, oftwel 'een duikbom aanval en een verkenningsvlucht'. Dat klinkt als tweeledig, een missie om 'targets of opportunity' te vinden en aan te vallen,... of, omdat als eerste 'dive bombing' wordt geschreven, de suggestie gegeven wordt dat er sowieso een doelwit was aangewezen, en daarnaast een verkenning moest worden uitgevoerd (verwijst dit naar het 'verzoek van het Verzet' verhaal?).

Tijdens de aanval van de Spitfires van het 308 Squadron, werd één van de toestellen toch aangeschoten door de luchtafweer van de Duitsers. De piloot, Andrzej Dromlewicz wist met zijn beschadigde hoogteroer tot aan Katwoude te komen waar hij een noodlanding maakte. Hij zette zijn toestel toevallig neer op de plek dat bij het verzet bekend stond als droppingsterrein ‘DRAUGHTS 12’. Hierdoor waren enige tijd geen wapendroppings mogelijk (tijdens de oorlog werden hier drie droppings uitgevoerd). In Volendam werd Dromlewicz opgevangen en doorgestuurd naar Monnickendam waar hij onderdook. Tot aan het einde van de oorlog zat hij eerst bij de bakker N. Out aan het Noordeinde, en later nog bij M. Veenstra aan de Kerkstraat. Na de oorlog emigreerde Dromlewicz naar Canada.

Piloten Andrzej Dromlewicz en Stanislaw Toloczko (in het gele kader)

De andere drie piloten, Kazimierz Kozak, Stanislaw Toloczko en Henryk Krakowian kwamen veilig terug op Gilze-Rijen. Het Poolse squadron was pas sinds 9 maart, 1945 op Gilze-Rijen in Nederland gestationeerd op het vliegveld dat bij de Geallieerden bekendstond als B-77.

Geheel links in de tweede rij staat Kazmierz Kozak,
geheel rechts in de tweede rij staat Henryk Krakówian

In het dagrapport van het 308 Squadron staat de aanval op de haven van Enkhuizen als volgt omschreven:

1945-03-15

B-77, Gilze-Rijen, Holland
A section of 2 a/c carry out weather recce, and succeeds in destroying one MET.
Four a/c set off on dive bombing and recce. A concentration of barges was attacked with bombs in Holland. A fire was started in a nearby warehouse. Barges were later strafed. Fairly intense flak, in which one machine was shot down.

Badge van het 308 (Pools) Squadron

Het Poolse No. 308 Squadron werd in september 1940 opgericht in Engeland. Werd er eerst met twee Fairy Battles en één Master geoefend, enkele maanden later kwamen de eerste Hurricane Mk I’s het squadron versterken. Op 24 november 1940, tijdens een training, werd een Ju 88 neergeschoten door Sgt Parafinski. De eerste overwinning voor het 308 Squadron. Een week later, op 1 december werd het 308 operationeel. Gedurende de gehele oorlog opereerde het squadron met succes vanaf Engeland, tot het op 3 augustus 1944 vanaf het vaste land van Europa ging vliegen, toen het gestationeerd werd in Normandië. Voor de Poolse vliegers was dit een emotioneel moment, ze waren een stukje dichter gekomen bij hun vaderland. Langzaam schoof het 308 Squadron mee met de Geallieerde opmars naar het noorden. De missies bestonden vooral in het zoeken en uitschakelen van V-1- en V-2 lanceereenheden en het escorteren van bommenwerpers. Op 28 september gaf het squadron luchtsteun aan hun Poolse broeders van de Polish Airborne Brigade die vastzaten bij Arnhem.

Spitfire Mk IX, PL279 (ZF-Z) van het No. 308 Squadron in Normandië, 1944

In een laatste poging door de Duitsers om de Geallieerde luchtmacht uit te schakelen werd op 1 januari 1945 operatie ‘Bodenplatte’ uitgevoerd. Volkomen onverwacht vlogen over de Geallieerde vliegvelden in Nederland en België de jagers van de Luftwaffe. Overal op de Geallieerde vliegvelden stonden binnen de kortste tijd vliegtuigen in brand. Maar er wisten ook verschillende de lucht in te komen om de Duitsers achterna te jagen. Toestellen van het 308 Squadron kwamen juist terug van een bommissie naar hun vliegveld B-61 bij Gent toen ze de aanval zagen gebeuren. De Poolse piloten gingen gelijk tot de aanval over en wisten in totaal 10 neer te schieten plus een aantal ‘waarschijnlijk’.

Dromlewicz, de piloot die na de aanval op Enkhuizen werd neergehaald, wist tijdens de Duitse operatie 'Bodenplatte' een Focke Wulf FW 190 neer te schieten.

308 Sqn. piloot F/O. Tadeusz Szlenkier (links) bij zijn Spitfire na de noodlanding nadat hij de
FW 190A-8 van 8./J.G. 1's Uffz. Gerhard Behrens had neergeschoten tijdens 'Bodenplatte'

Tussen 12 december, 1940 en 28 april, 1945 maakte het 308 Squadron 8812 operationele vluchten. In totaal werden 69 en ˝ vijandelijk vliegtuig neergeschoten, 13 waarschijnlijk en 21 beschadigd. 3770 bommen (waaronder een aantal op Enkhuizen) werden afgeworpen. Ongeveer 660 vijandelijke voertuigen werden vernietigd of beschadigd.

Tijdens de oorlog werd het 308 Squadron vierendertig maal verplaatst. Gedurende deze periode dienden 210 piloten onder 14 commandanten in het squadron. Er kwamen 24 piloten tijdens gevechten om het leven en 13 door ongelukken. Van 13 vliegers die een noodlanding hadden gemaakt of uit hun toestellen waren gesprongen, wisten 6 uit handen van de Duitsers te blijven en terug te keren naar hun eenheid.