TOUR DE SLAGVELDEN VAN
ZUID-BEVELAND & WALCHEREN
DE DIJKEN DICHT 1945 & 1953

DIJKEN WEER DICHT,...

Een achtergebleven Sherman Crab als decor tijdens
de wederopbouw in Westkapelle

Met de strijd achter de rug, overzag de bevolking de enorme schade die twee maanden oorlog op Walcheren had achtergelaten. Het zoute water spoelde dagelijks, met eb en vloed, heen en weer over de eens zo vruchtbare landerijen. Er was weinig of geen grasland over om vee op te laten grazen. Het echte wederopbouwen van de huizen, kerken, boerderijen etc. kon pas aanvangen als de dijken weer dicht waren. Hierbij werd ondermeer gebruik gemaakt van overtollig materieel van de Mulberry Haven (de kunstmatige haven die na de D-day landingen in Normandië werden gecreëerd bij Arromanches en Vierville-sur-Mer). Tegenwoordig is daarvan op Walcheren weinig van terug te vinden door de moderne dijkverzwaringen.

De vier Phoenix-caissons bij Westkapelle

Bij Westkapelle waren twee stroomgaten die gedicht moesten worden, één van 40 meter (noord) en één van 120 meter (zuid). Het gat van 40 meter werd met opspuiten gedicht op 14 juli 1945. Op 12 oktober 1945 was het gat 120 meter afgesloten waarbij enkele pontons waren afgezonken door Britse genisten. Maar de herstelwerkzaamheden waren kwetsbaar en zo werd besloten vier enorme Phoenix elementen af te laten zinken. Hiertoe werden vier zogenaamde 'Bx' caissons uitgekozen welke een gewicht hadden van 3375 ton. Op 4 november 1945 werd de eerste 'Bx' afgezonken.

Op de achtergrond, van de achtergebleven uitgeschakelde tanks,
zijn twee van de vier 'Bx' Phoenix-caisson te zien

Maar in 1949 moesten ze weer geborgen worden, vanwege de verstoring van de diepte voor de dijk. Tak uit Rotterdam wist de 'Bx 204' op 16 april drijvende te krijgen en 'Bx 205' op 24 juni 1949. De andere twee konden niet meer worden geborgen. Hier werden later proeven mee gedaan om de springstofhoeveelheden te bepalen om deze elementen te verkleinen.

Een werktekening van een 'Bx' caisson

In de bres van Veere, dat zo'n 950 meter breed was, werden geen Phoenix-caissons ingezet, maar wel zeven 'Beetles' gebruikt. Op 23 oktober 1945 was het gat bij Veere ook afgesloten en kon Walcheren ten westen van het Walcheren kanaal weer worden leeggepompt.

Hoe de 'Beetles' oorspronkelijk gebruikt werden in de Mulberry havens

In het Sloe gat, bij Rammekens, ten oosten van Vlissingen (zie foto hierboven), zijn nog de meeste restanten te vinden zoals delen van een Phoenix-caisson en een aantal Beetles die deels begraven liggen in de dijk. Maar de aflsuiting van deze bres ging verre van gepland. Op 28 november 1945 werden twee 'Beetles' afgezonken met daartussen een oud schip dat ooit bij de invasie betrokken was geweest. Op 1 december werd Phoenix-caisson 'Bx 209' afgezonken met extra 'Beetles' en ander kleinere caisson om de gaten op te vullen. Maar onderstromingen trokken de 'Bx 209' weer richting zee. Op 24 januari 1946 werd 'Bx 211' geplaatst waarna steen, klei, zinkstukken en oude torpedonetten werden aangebracht. Op 2 februari was het gat bij Rammekens en werd op 6 februari officieel bekendgemaakt dat geheel Walcheren weer gesloten was.

Op 'Google Earth'® is duidelijk een Phoenix-caisson te zien (rechts)
en enkele 'Beetles' (linksonder)

Maar daarmee kwam er geen einde aan het gebruik van de Phoenix elementen. In 1952 werden enkele Phoenix-caissons gebruikt om de afsluiting van de Brielse Maas en de inpoldering van de Braakman te bewerkstelligen. Waren deze elementen gebruikt vanwege dat de mens dit zo bepaalde,…. In 1953 zou de natuur er voor zorgen dat wederom gebruik gemaakt zou worden van Phoenix-caissons.

WATERSNOODRAMP 1953

Overal in het zuidwesten van Nederland waren dit soort bressen geslagen

In de nacht van 1 op 2 februari 1953 braken op verschillende plekken in het zuidwesten van Nederland dammen en dijken door, vanwege extreem hoog water en een storm van orkaankracht. De combinatie van de noordwesterstorm met springtij stuwde zoveel water naar binnen dat plaatsen als Oude-Tonge en Nieuwe-Tonge op Goeree-Overflakkee binnen een half uur twee tot drie meter onder water stonden, waarmee dit deel het zwaarst getroffen gebied werd. Grote delen van Zeeland, waaronder wederom het oostelijke deel van Walcheren, Noord-Brabant en Zuid-Holland, tot aan Rotterdam-Zuid toe, overstroomden. Hierbij kwamen 1835 mensen om het leven en liet 47.000 stuks vee het leven. 72.000 mensen werden geëvacueerd, 4000 huizen waren onherstelbaar beschadigd en een verdere 40.000 raakten zwaar beschadigd.

Een DUKW van het Nederlandse leger brengt zandzakken naar een gebroken dijk

Een paar weken na de watersnoodramp werd een commissie aangesteld om te onderzoeken welke vorzieningen nodig waren om in de toekomst een herhaling te voorkomen. Als eerste werd het Veerse gat en de Zandkreek aangepakt, door deze af te sluiten met twee Phoenix-caissons, waaronder twee van het 'Ax' type van 7470 ton (de 193 en de 187) en één 'Bx' (de 205) als reserve. Daarnaast werden zeven doorlaat caissons ter plekke gebouwd. 'Ax 193' werd afgezonken op 15 juli 1959 en 'Ax 187' op 4 mei 1960 en was uiteindelijk 'Bx 205' niet nodig.

Eén van de twee 'Ax' Phoenix-caissons onderweg naar het Veerse gat

Door de afsluiting verloor Veere haar visserij en het verdwijnen van de mosselcultuur. Met de ervaring opgedaan in het Veerse gat, kon men verder werken aan het Delta Plan. Van de 16 door Nederland aangekochte Phoenix-caissons waren de 'Ax 193' en de 'Ax 187' de laatsten die afgezonken werden voor de Delta Werken. De 'Bx 205' ligt heden ten dagen weg te kwijnen in de Schelpenhoekkom.

WATERSNOODMUSEUM

Wilt u zich nog iets verder in de geschiedenis van de Phoenix-caissons verdiepen, letterlijk en figuurlijk, dan is dit 'strijdbewijs' in het Watersnoodmuseum bij Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland te vinden. In dit unieke museum wordt de watersnoodramp van 1953 in al haar facetten uitgebreid uit de doeken gedaan en dat alles ondergebracht IN de vier Phoenix-caissons die in november 1953 het gat bij Ouwekerk afsloten.

De bres bij Ouwekerk is afgesloten met vier 'Ax' Phoenix-caissons

De vier caissons, waar het Watersnoodmuseum te Ouwekerk in is ondergebracht, zijn een verhaal op zich. De eerste pogingen om de bres bij Ouwekerk te sluiten was met in Nederland gemaakte eenheidscaissons in augustus 1953, maar deze caissons zouden verloren gaan tijdens de sleep in slecht weer. Daarop werd besloten om het gat te sluiten met vier Phoenix-caissons. Hiervoor werden de grootste Phoenix-caissons aangewezen, het 'Ax' type van 7470 ton. Op 30 oktober lag de eerste op zijn plek, gevolgd door de tweede op 5 november en de derde op 31 oktober 1953. In de nacht van 6 op 7 november werd de laatste 'Ax' geplaatst en was de aflsuiting bij Ouwekerk een feit, een historische gebeurtenis dat rechtstreeks 'live' op de radio was te volgen via Hilversum 1 en 2. Aan boord van de 'Breezand' maakte Koningin Juliana met dochter Beaxtrix te sluiting mee, en werd na het stoomfluiten, het Wilhelmus gespeeld door het muziekkorps uit Zierikzee.

De vier 'Ax' Phoenix-caissons wachtende op een nieuwe bestemming

Op 28 juli 1965 kwamen de vier Phoenix-caissons van Ouwekerk op de monumentenlijst. De vier opvallende betonnen kolossen vroegen om een nieuwe bestemming, en op 17 februari 1998 kwam een commissie met een voorstel. De bestuursleden, N. Okker, R. Geluk, W. Kuiper en A. Petiet wilden in één caisson een museum inrichten met aandacht voor de ramp en beloofde men dat het geen pretpark zou worden. In augustus waren de benodigde gelden ingezameld, en ging vooral voor Ad Petiet zijn wens in vervulling, zijn verzameling over de watersnoodramp kreeg een bestemming. Niet alleen klein spul was er in de verzameling van Petiet, ook draglines en bulldozers.

Welkom in het Watersnoodmuseum in Ouwekerk,...

Op 1 september 2000 kon men als proef voor twee maanden in een Phoenix-caisson mensen toelaten van het Watersnoodmuseum. Het bleek zeer succsvol, want 4000 mensen wisten het museum te vinden. Op 2 april 2001 werd dan het 'Museum Watersnood 1953' officieel geopend. Binnen vier maanden waren 10.000 bezoekers geregistreerd. In de jaren die volgden werden de andere drie caissons ook bij het museum getrokken. Als de bezoeker het museum-complex bezoekt, valt als eerste op hoe schots en scheef de caissons in het land liggen en verre van horizontaal. Bij binnenkomst in het eerste caisson is er een namen-rol in een herdenkingsruimte te bezoeken. Vervolgens leert u alles over de feiten van de ramp in 1953. Het is een zeer indrukwekkende ervaring door de caissons te wandelen, de ruwe betonnen binnenkant kan beklemmend zijn, maar het is een ervaring die men lang bij blijft.

Ook zwaar materieel is ondergebracht in de Phoenix-caissons

In de tweede caisson zijn de persoonlijke verhalen te vinden en staat vooral het drama en de emotie van de bevolking centraal. En zo wordt in de caissons niet alleen het verleden maar ook de toekomst aangehaald. Wat zou u, als bezoeker, doen als opeens het water in uw woonhuis binnenkomt en dramatisch stijgt? In het vierde caisson draait het om droge voeten te houden in de toekomst, en is met interactieve scenario's aanschouwelijk gemaakt voor de bezoeker. Eén ding maakt de tentoonstelling duidelijk, overstromingen zijn niet uniek, dagelijks zijn er op de wereld overstromingen, en dat zal niet minder worden, we kunnen alleen met ons allen proberen dat het niet meer worden,...

Het plafond van een Phoenix-caisson,...

Het Watersnoodmuseum heeft de status van Nationaal Monument Watersnood 1953. Hoe belangrijk het Watersnoodmuseum is bleek in maart 2021, toen bekend werd dat het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk als eerste in Zeeland toegelaten is tot de VSC, de sectororganisatie voor wetenschapsmusea en science centers.

De binnenzijde van een caisson, maatverdeling in voeten
en hier en daar is het roestige betonijzer zichtbaar

Zeeland heeft als provincie waarschijnlijk de meest toepasselijke wapenspreuk; 'Luctor et Emergo' (ik worstel en kom boven). Het heeft niets met de recente overstromingen te maken, maar alles met de Tachtigjarige Oorlog. In 1585 werd de wapenspreuk toegevoegd aan het wapen van Zeeland, een leeuw die zich ontworstelt aan blauwe golven. Op een vroege versie van het wapen uit 1440 staat een halve leeuw waarbij de latere golfbeweging nog een rechte lijn was. Zeeland herdacht met het aanbrengen van de wapenspreuk het 'Verdrag van Nonsuch', waarin de Britse koningin Elizabeth I verklaarde dat ze de opstand tegen de Spaanse koning Filips II beloofde te steunen. De spreuk was onderdeel van een langere zin; 'met dank aan God, en de goedgunstigheid van de koningin, zullen wij boven komen'. Worstelde Zeeland toen tegen de Spanjaarden, tegenwoordig is de wapenspreuk ook synoniem met de strijd tegen het water.

Naast onderzoek te plekke werd gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Uit de serie 'Battleground Europa' het boek Walcheren-Operation Infatuate van de schrijver Andrew Rawson (ISBN 0 85052 961 1), het boek van J.N. Houterman; Walcheren Bevrijd (ISBN 90 73921 03 1), en het boekje Memoria Walcheren 40-45 uitgegeven door de redaktie van Polderhuis Westkapelle, Dijk- en Oorlogsmuseum Stichting Bunkerbehoud (2007). Een zeer indrukwekkend boek is Walcheren 1943-1945 'Fotoverkenning & bombardementen - Alone above all' geschreven door Paul Crucq en verschenen bij 'De Koperen Tuin' (ISBN 90 72138 72 4). Een andere bron was het boek van Cor Heijkoop, Phoenix-caissons 'drijvende kolossen voor vrede en veiligheid', uit 2002 (ISBN 90 807535 1 3). Tot slot van de boeken, '70 Jaar Marineluchtvaartdienst', van N. Geldhof uit 1987 welke verscheen bij Uitgeverij Eisma B.V., Leeuwarden. Ook het tijdschrift 'After the Battle', Nr.36 Walcheren (1982) en het tijdschrift 'Maandblad Oorlog van november 1979, Nr. 11 waren een regelmatig gepleegde bron. Een speciale hartelijke dank gaat uit naar Dave Snoeyer die mij toegang gaf tot zijn fotoalbum om foto's te gebruiken voor het Panzer Stützpunkt Nettelbeck III bij Vlissingen.

© www.strijdbewijs.nl 2005-2021