Harry van der Meer
'Mister Spitfire'

Harry van der Meer (links) met Chris Lorraine tijdens de presentatie
van het boek 'Nederlandse Spitfires' op Gilze-Rijen (november 2016)
(foto: Johan F. Pieterse)

Zijn naam loopt als een rode draad door mijn pagina’s, van ‘Strijdbewijs’, over de Spitfire. Voor de geschreven historie aangaande de Spitfire in Nederlandse dienst, daarvoor moet je bij één man zijn,… Harry van der Meer. Harry werd kort voor de oorlog uitbrak, geboren op 23 juni 1938. Te jong waarschijnlijk om het diepe leed van die jaren zo te ervaren, zal kleine Harry met enige regelmaat de grommende propellervliegtuigen hebben horen overkomen. Het zaadje werd toen waarschijnlijk geplant maar moest nog 'getrickerd' worden. In 1957 werd Harry opgeroepen voor militaire dienstplicht en kreeg een opleiding in het gebruik van de 16mm filmcamera’s in straaljagers. De training werd gedaan op de vliegbasis Leeuwarden, en de eerste ontmoeting met een Gloster Meteor jager, die de aspirant luchtmacht jongens zagen binnenkomen zou een ommekeer vormen voor Harry.

Nabij de hoofdpoort liep de taxi-track, en daar kwam de Meteor aangerold. De jongens langs de taxibaan keken vol ontzag naar de fluitende jager, en ze zwaaiden naar de piloot in het toestel. Toen de piloot, die zijn kap naar achteren had geschoven, vrolijk terug zwaaide, was Harry verkocht,…

In de periode dat Harry zijn dienstplicht vervulde verschenen met enige regelmaat steeds meer oorlogsboeken, en met name de boeken waarin de luchtvaart een rol speelde, waren het meest aantrekkelijk. En zo ontdekte Harry de ‘Slag om Engeland’ en de rol van de Spitfires ten tijde van die ‘Battle’ en haar rol later in de oorlog. Harry diende twee jaar en zijn ‘stand-plaats’ was bij het 314 Squadron op Eindhoven. Jaren later kwam hij erachter dat er aan de andere kant van het hek een Spitfire had gestaan, waarvan hij het bestaan niet wist! Deze, voor Harry onbekende Spitfire, zou Harry in latere jaren identificeren als de de Mk IX, MK959, H-15,

Links: Harry zijn eerste publicatie (1976)

Als Harry in 1960 een artikel leest van Hugo Hooftman in diens magazine 'Cockpit' over de Spitfire, en dat er in België nog enkele zouden rondvliegen, peddelde Harry op zijn fiets van Amsterdam naar Oostende, België (hij moest, bleek daar, op Koksijde zijn). En jawel, hier stonden de Spitfires die gebruikt waren voor de film ‘The Longest Day’. Hij wandelde zo een hangaar binnen en raakte voor het eerst in zijn leven een Spitfire aan. Maar de Spitfire die hij gemist had ‘op Eindhoven’ bleef op één of andere manier een frustrerende tekortkoming,… en de fascinatie werd langzaam aan een obsessie.

Gedurende de volgende jaren nam Harry foto’s van Spitfires, begon meer en meer boeken te verzamelen waarin Spitfires voorkwamen. Vanaf 1969 werd een soort van archief gebouwd waarin nog weinig lijn zat,… maar het dossier werd dikker en dikker, en er moest eens iets op orde worden gezet over de Spitfire, en dan vooral die waar Nederland mee had geopereerd, in oorlogstijd, maar ook de naoorlogse tijd in de Nederlandse opbouw van de Koninklijke Luchtmacht, en de (tweede) politionele actie in Indonesië. Langzaam begon de naam Harry van der Meer rond te zingen in het luchtvaart wereldje, iemand die zich tot doel had gesteld alles over de Spitfire te weten te komen.

Nog in de 'foute' kleuren, de Spitfire PR.XI, PL965 voor Harry zich ermee ging bemoeien
(foto: Robert Roggeman)

Een contact gelegd met een andere 'nut' in Engeland, Peter Arnold, kreeg Harry nog meer impuls om door te gaan met het onderzoek. Zo ontdekte Harry de ware identiteit van de Spitfire die in Overloon stond. Deze Spitfire stond totaal in de verkeerde kleuren en herkenningstekens in de bossen van Overloon. Na grondig onderzoek in het vette vieze toestel, kwam de waarheid aan het licht,… Het bleek een unieke fotoverkenner te zijn, de PR.XI (PL965). Met een zwager heeft Harry vervolgens de juiste kleuren aangebracht op de Spitfire. Ook de ware identiteit van de Spitfire die in Delft stond werd door Harry geindetificeerd als de MJ271, 3W-8, net als de die van de Spitfire die op een paal stond in Eindhoven, de MK959, H-15 (3W-15).

In 1972 begon ook zijn interesse voor de overgebleven Spitfires in Nederland, en begon Harry zo af en toe zijn handen daadwerkelijk vuil te maken aan echte Spitfires. In 1973 maakte Harry de tekeningen voor de spuiters die de Spitfire Mk IX, MJ143 weer in de ‘H-1’ moesten brengen. In diezelfde periode was Harry ook betrokken bij de Spitfire MJ271 die in Delftzijl stond. Zette Hugo Hooftman Harry aan om op zoek te gaan naar Spitfires in België, zo zou hij in samenwerking met Hooftman zijn eerste boekje produceren. In de reeks 'Nederlandse Vliegtuig Encyclopedie' (deel 1) schreef Harry over zijn geliefde onderwerp, de Spitfire in Nederland. In begin 1976 werd de MJ271 te koop aangeboden, en wist Harry het toestel voor het Aviodome, bij Schiphol, te verkrijgen. Op op 27 september 1976 werd de aankoop afgerond. Op 23 maart 1978 werd de Spitfire opgehaald, uit Den Haag, door Harry zodat serieus met de restauratie kon worden begonnen. Onder leiding van Harry, dan technisch conservator bij het Aviodome, werd met stagiaires van de Anthony Fokker school de gehele kist leeggehaald en tegen corrosie behandeld. Vervolgens werd alles gespoten, binnen en buiten. Op Harry zijn voorstel werd de Spitfire in Jungle-green gespoten, de enige in de wereld in deze kleuren. Op 19 maart 1982 was de feestelijke onthulling in het Aviodome.

Twee jaar later, in 1984, kom ik voor het eerst Harry tegen. Tijdens de Open dag van de Koninklijke Luchtmacht op Soesterberg, zit een ietwat kalende man, naast een vleugel van een Spitfire, op een zomerstoeltje. Hij is in gesprek met een ‘luchtmachter’. Ik neem wat foto’s, waaronder ook van de kale romp van de Spitfire. Een bord naast de ‘kist’, welke de MK732 blijkt te zijn, geeft de geschiedenis weer en verzoekt aan voorbijgangers om onderdelen te schenken om het toestel weer tot vliegwaardig op te bouwen.

Na werktijd rommelde Harry thuis verder in zijn archief. Dat dit soms frustrerend en tot onbegrip kan leiden, blijkt uit een citaat uit een artikel geschreven door Harry in 1993 voor de Nieuwsbrief van de ‘Dutch Spitfire Flight’; ‘… je echt overal zelf achteraan moet wil je iets nieuws vergaren. Je besluit dus je vrouw te overtuigen dat je vanavond naar de andere kant van het land moet om een gesprek te hebben met een heel ‘belangrijke’ getuige voor jou onderzoek. En als je thuiskomt en trots dat ene kleine fotootje toont is alle begrip voor je hobby verdwenen’. Maar Harry weet zijn bevindingen met enige regelmaat ‘te slijten’ via ingezonden brieven en een artikel. Naast bijdragen aan artikelen begon de grote uitdaging voor Harry in zijn hoofd te broeden,… HET boek te maken waarin alle naoorlogse Nederlandse Spitfires apart beschreven zouden worden inclusief de toestellen die als instructietoestel gebruikt waren. Harry doet onderzoek in Engeland, onder andere bij het Royal Air Force Museum in Hendon, en raakt bijna wanhopig van de regels die men daar hanteert,… niets mag gekopieerd, en waar moet je in Godsnaam beginnen. Het blijft dan ook niet bij één bezoek. Of Harry de waarheid spreekt over dat zijn huwelijk onder zijn onderzoek zou hebben geleden, laten we strategisch in het midden,…

In 1986 verschijnt dan het eerste ‘grote’ boekje van Harry van der Meer, Dutch Spitfires, Part 1, History Details’. Harry realiseert zich dat ook buiten de grenzen veel Spitfire fanaten huizen, en heeft besloten de tekst geheel in het Engels te houden. Gevaar bestaat dan dat er Nederlanders het boekje links laten liggen vanwege de taalbarrière. Maar de echte liefhebber schaft het boekje aan en er blijkt een wereld open te gaan over het gebruik van de Spitfire. Hoofdschuddende zit de lezer zich regelmatig af te vragen hoe deze eenling zoveel informatie heeft weten te vergaren. En het zou hier niet bij blijven,… Op de laatste bladzijde van dit boekje verzucht Harry dat hij nog steeds niet in een Spitfire had gevlogen. Een eerste uitnodiging door Nick Grace (eigenaar van de 'dual' Spitfire ML407) was op niets uitgelopen vanwege de weersgesteldheid. Maar op 26 september 1986 was het dan zover,... 20 minuten vliegen, en zelfs even solo als Nick de handen op zijn hoofd legt en Harry de controls geeft!

Harry in Spitfire ML407

In 1987 verschijnt een pamflet, via Airnieuws Nederland, over de Spitfire Mk XIV en haar dienst in het 322 Squadron. Het 34 pagina’s tellende boekje is geschreven met de Spitfire van Overloon in het achterhoofd. Het boekje, ‘Spitfire Patrol’ gaat niet alleen over de Mk XIV, maar ook over de V1 Vliegende Bom en F/O Burgwal. Het blijkt een tussendoortje, want dan verschijnt een jaar later, in samenwerking met Theo Melchers, ’Dutch Spitfires, A Technical Study’. Het is zogenaamd deel 2, van het in 1986 verschenen eerste deel, maar deze uitgave is niet te vergelijken met de eerste uitgave. Bestond het eerste deel uit dubbel gevouwen, getypte A4tjes, en die samen geniet, het tweede deel was een langwerpig boek, op hoogglans papier en geweldige foto’s en tekeningen. En tijdens de Open dag van de luchtmacht op vliegbasis Deelen liep ik voor de tweede maal tegen Harry van der Meer op. Hij had een kleine tafel waarop zijn nieuwe boek lag te prijken. Natuurlijk kocht ik een exemplaar en Harry wilde hem graag signeren voor mij. Ik vroeg om een dubbele handtekening, want er stond ook een foto achterin het boek, en daar wilde ik ook een handtekening bij hebben. Na wat vriendelijkheden uitgewisseld te hebben scheidden onze wegen weer. In het nawoord van dit laatste boek, dreigde Harry met, ‘dat dit zijn afsluiting was van 20 jaar Spitfire hobby, en dat hij de komende 20 jaar GEHEEL aan Koolhoven zou wijden’. Een afspraak die al snel te voorbarig bleek te zijn,…

De eerste poging tot restauratie van de Spitfire MK732 was op niets uitgelopen, en de restanten waren weer naar Engeland overgebracht. Maar de kriebeling om een vliegende Spitfire in Nederland te hebben bleef jeuk veroorzaken bij verschillende vliegers. Met name Sjaak van Egmond, Ruud Heinen en Ruud Krens bleken grote gangmakers. Ze namen contact op met Harry van der Meer, ‘Mister Spitfire’ kon hen toch wel helpen? De mannen hadden in Engeland wel wat projecten op het oog, en Harry werd uitgenodigd mee te gaan. Maar de projecten waren te incompleet om een serieus kandidaat te worden, waarvan een restauratie toch wel op korte termijn uitgevoerd zou moeten worden. Harry verdaagde in diezelfde periode op een veiling en sprak met Steve Atkins, de dan eigenaar van de restanten van de MK732. Atkins wil naar New Zealand en Harry vraagt of de MK732 dan beschikbaar komt. Atkins bevestigd het en Harry belt diezelfde avond nog met het trio ‘Spitfire-zoekers’. Op 23 november 1990 werd het koopcontract getekend, de Dutch Spitfire Group (DSG) was een feit. Maar om de restauratie daadwerkelijk uit te voeren moesten er mensen aangetrokken worden, de vliegers en ook het beheer moest ergens in ondergebracht worden, en zo werd op 28 februari 1991 de Dutch Spitfire Flight (DSF) opgericht. Bij de Engelse CAA (de Engelse luchtvaartdienst) werd een registratie aangevraagd, G-HVDM, een bedankje aan het adres van Harry van der Meer.

De Spitfire LF. Mk IXc, MK732

In de zomer van 1991 liep ik, tijdens een kleinschalige luchtshow, een hangaar binnen op vliegveld Lelystad. Daar stond in uitgeklede toestand de Spitfire MK959 uit Eindhoven. Ik was in die periode in de overtuiging dat ik een cockpitsectie van een Spitfire kon bouwen. Dus dit was een mooie tref. Ik had in die tijd een meetlintje bij mij in de fototas en stond het toegangsluikje op te meten toen ik aangesproken werd door Hans Norden. We raakten in gesprek en zo kreeg ik voor het eerst te horen van het Spitfire project, MK732. Ik werd een kleine donateur, stortte een bedrag en bedacht dat het misschien net genoeg was voor een handvol klinknagels, wetende hoe duur de restauratie van dit soort toestellen was. Enthousiast melde ik mij aan voor de Nieuwsbrief. Als aardigheidje stuurde ik een cartoontje van de Spitfire, met als onderstel sledes, en met de kerstman als piloot. Het zou het begin worden van mijn bijdrage aan de nieuwsbrief. De eerste illustratie was bij een stuk tekst geschreven door,… juist, Harry van der Meer.

De werkplek van Harry van der Meer, het voormalige Aviodome op Schiphol

Begin jaren negentig was ik in het bezit gekomen van een ‘werkboek’ van de Fokker G1. Met de nodige stempels erop, waaronder Duitse, vermoedde ik dat dit boek behoorde bij de, naar Engeland, ontsnapte #362. Eigenlijk hoorde dit in een museum thuis, dus besloot ik dat het Aviodome een geschikte plek zou zijn. Het liefst wilde ik het ruilen, en niet verkopen. De eerst volgende luchtvaart beurs zou ik afreizen. Om het nog aantrekkelijker te maken, had ik twee overschoenen van een Amerikaanse bommenwerper vlieger uit de Tweede Wereldoorlog ook mee naar Schiphol. In de hoop dat Harry daar ook zou zijn, had ik het originele cartoontje in een lijstje gedaan en ook mee genomen. En ja hoor, Harry zat achter een standje met spullen die het Aviodome wilde afstoten. Ik toonde hem de ‘spullen’, en Harry had best belangstelling voor het G1 boek, maar wilde eerst kijken of hun archief het al bezat. Oja,… wat wilde ik er voor hebben? Nou, geen geld, maar ik wist dat het Aviodome in het bezit was van een dubbele gyro gunsight, dat zou een leuke ruil zijn, inclusief de schoenen? Maar, Harry wist even later te vertellen dat het Aviodome al een exemplaar bezat. De ruil ging niet door, dus ik nam alles weer mee over de beurs,… maar vlak voor we vertrokken, besloot ik de overschoenen te schenken en het ingelijste cartoontje erbij te stoppen, want dat had ik nog niet eens aan Harry laten zien. Het bleef vervolgens stil, jarenlang,… tot ik Harry weer eens tegen kwam en het hem vertelde dat ik nooit meer iets gehoord had of de schoenen, die ik bij de kassa had afgegeven, hem bereikt hadden, of van de cartoon. Hij maakte een notitie, en de week erop kwam er alsnog een keurig bedankje.

Trots voor de gerestaureerde Bantam: project manager Harry van der Meer,
Arie Groen, Piet van der Horst, Lou Kolsteeg en Herman Beker
(Foto: Henri Kaper)

Na het MK732 avontuur positief afgesloten te hebben, ging Harry zijn tijd geheel op aan Koolhoven en de restauratie van een F.K.23 Bantam waarvan de wrakstukken in 1990 naar Nederland waren gehaald. Het in 1917 door Koolhoven ontworpen toestel werd in de jaren daarop weer helemaal opgebouwd. Na in de tentoonstelling van het nieuwe Aviodrome, bij luchthaven Lelystad, te hebben gestaan, doet de Stichting Koolhoven Vliegtuigen het toestel, voor de kosten van de restauratie, over aan het Rijksmuseum in Amsterdam. Een filmploeg legt op 20 augustus 2012 vast hoe het toestel heel voorzichtig het gebouw binnen komt,… en daar loopt Harry opeens door het beeld. Harry heeft de supervisie over het opbouwen van de Bantam in het Rijksmuseum.

De Bantam wordt het Rijksmuseum binnen gebracht
(foto: SAS Uufflakke)

Het jaar erop, in 2013 verschijnt van Harry, in samenwerking met Luuk Boerman, een dik tijdschrift in de serie ‘Dutch Profile’ over de ‘Supermarine Spitfire’ in dienst van de RAF en LSK. Het is werderom een tussendoortje, want in datzelfde jaar, 2013, is Harry dan al weer zo’n 5 jaar bezig aan een nieuw boek,…. Weer één over zijn geliefde onderwerp, de Spitfire. Het moet nu echt het laatste, meest complete werk worden over deze legendarische jager. Zo af en toe verscheen er een foto ergens waarop Harry te zien was, hij kreeg, zo te zien, onderhand een baard van ‘dat vliegtuig’, letterlijk en figuurlijk.

Na het ploffen van de DSF, zonder een woordje van dank aan de mannen van het eerste uur, of aan de donateurs, was ik er ook wel klaar mee, met ‘die Spitfire’. Ik kwam door omstandigheden steeds minder in luchtvaart musea of op luchtshows, de fascinatie voor Laurel en Hardy (de Dikke en de Dunne) vrat veel tijd op een ander vlak, wat gevolgd werd door de opbouw van mijn website ‘Strijdbewijs’ en daarmee verschoof de aandacht over een veel breder spectrum,… maar die Spitfire,… dat bleef altijd doorknagen (vraag maar aan Harry). Dus verscheen op de website ‘Strijdbewijs’ een aparte grote ‘hoek’ waarin de Spitfire in al haar facetten behandeld werd,… met als rode draad, Harry van der Meer. Een enkele keer hadden we contact, een vraagje, een foto die een lezer mij toegespeeld had, even doorsturen naar Harry, etc.

Het beste boek over de 'Nederlandse Spitfires'
door Harry van der Meer

Via de nieuwsbrief van de luchtvaartwinkel ‘Flash’ uit Eindhoven, kreeg ik op 25 november 2016 te horen dat het laatste boek van Harry, ‘Nederlandse Spitfires’ was uitgekomen, de bestelling diezelfde dag nog de deur uit en de volgende dag had ik het al in handen (leve het internet). Met dit boek zou nu alles op papier zijn verschenen dat met de Spitfire en Nederland van doen heeft. 178 pagina’s vol fantastische foto’s en verhalen. En dat is nog niet alles, in het laatste katern, 130 pagina’s lang, een zeer groot deel opgenomen van het ‘Operation Record Book’ van het 322 Squadron, beginnende op 12-6-1943 en eindigende op 6-10-1945. Harry dreigt alweer dat dit nu echt het laatste boek is over de Spitfire,… (hij heeft zijn archief ondergebracht bij KLHV op Gilze-Rijen) maar, wel met de kanttekening dat er een boek in de maak is over de Spitfire Mk IX, MK732. Onderwijl is Harry bezig met de technische opbouw van een 70% Spitfire, al zal hij deze niet daadwerkelijk gaan bouwen,... zegt Harry,...

Pieter Jutte (december 2016)

Meer boeken over de Spitfire
(oa. van Harry van der Meer)
KLIK HIER

GA TERUG