'A BRIDGE TOO FAR'
Vergelijking tussen Fictie en Feit

Arnhem, 18 september 1944
maandagochtend

De nacht van 17 op 18 september was een onrustige in de gehele corridor. Ook in Arnhem waren overal schermutselingen en was de hemel rood gekleurd. Colonel John Frost was bezig geweest de ongeveer 500 man in te delen in de huizen rond de brug. Onderwijl werd er overal geschoten en leken er overal Duitsers op te duiken.
Generaal Harmel, van de 10de SS-Panzer Division, keerde terug uit Berlijn en meldde zich in zijn nieuwe hoofdkwartier in Velp. Hier hoorde hij van zijn chef-staf, luitenant-kolonel Paetsch wat zich tijdens zijn afwezigheid afgespeeld had. Onmiddellijk vertrok Harmel naar Bittrich. Deze vertelde hem zijn theorie; een wig naar Arnhem door de legers van Montgomery waarvoor de bruggen intact moeten worden genomen. Bittrich vertelde ook aan Harmel dat Model het niet eens was met deze theorie, die verwachtte meer luchtlandingen rond Arnhem en dat men naar het Ruhrgebied zou uitbreken. Harmel vernam verder ook dat de 9de SS Hohenstaufen-Division van Harzer de Britten in het noorden en westen van Arnhem moesten vernietigen. Er zou steun komen van een samengestelde strijdmacht onder bevel van luitenant-generaal Hans van Tettau om de flanken te dekken van de 9de Division.
Harmel hoorde ook wat van zijn 10de Frundsberg Division werd verwacht, het oosten van Arnhem verdedigen en oprukken naar Nijmegen om de brug over de Waal in handen houden. Probleem was wel, vertelde Bittrich, dat Harzer de brug bij Arnhem niet had bezet en dat deze deels in Britse handen was gevallen. Harmel realiseerde zich dat zijn divisie geen gebruik kon maken van die brug, en zou moeten oversteken met een veerpont bij Pannerden. Bittrich had reeds de opdracht gegeven en de divisie was reeds bezig met deze operatie. Toen Harmel later die nacht in Pannerden aankwam was in de chaos slechts één bataljon overgezet, via geïmproviseerde ponten samengesteld uit rubber vlotten, en reeds op weg naar Nijmegen.

De globale posities van de 2nd Battalion van Frost bij de brug

Mannen van Frost hadden tweemaal de eerste nacht een poging gedaan om naar de zuidzijde van de brug te komen, maar waren evenzo vaak teruggeslagen. Ook de Duitsers probeerden het andersom. Enkele vrachtwagens met pantsergrenadiers vielen ten prooi aan geconcentreerd vuur en vlammenwerpers van de Britten. Brandende mannen sprongen gillend van de brug dertig meter naar beneden. De doden en gewonden stapelden zich op. De kelders van de huizen liepen langzaam vol met gekwetste para’s en Duitse soldaten. Kapitein Mackay en zijn mannen in de huizen aan de oostzijde van de brug hadden afschuwelijke hand tot hand gevechten uitgevochten in de kamers en kelders met de Duitsers. Met messen en bajonetten werden de Duitse indringers teruggedrongen. Bij het wegjagen met granaten raakte Mackay gewond aan de benen door scherven en een kogel schampte zijn hoofd. Hij realiseerde zich dat het slechts een kwestie van tijd was voor de Duitsers hen zouden overrompelen. De meeste van zijn mannen hadden al verwondingen. Hun enige hoop was XXX Corps en de hulp van de rest van de 1st Airborne Division.
Steeds meer para’s wisten door de linies van de Duitsers te breken naar de brug. In de ochtend van de 18de schatte Frost zijn eenheid op 700 man. Maar bij het daglicht werd ook het geluid van gemechaniseerd geschut hoorbaar.

Op deze foto is de gehele perimeter van Frost te zien
(18 september, 1944)

De gehele nacht was verplegend personeel van het Sint Elisabethgasthuis en andere kleinere verpleeghuizen in de weer geweest met gewonden, niet alleen soldaten van beide strijdmachten, ook zeer veel burgers. Burgers zelf hielpen daar waar mogelijk. Gewonde soldaten en burgers werden door Arnhemmers in huis genomen en in kelders verzorgd. Doden werden provisorisch opgeruimd van straten, soms begraven, soms alleen versleept,… soms als barricade opgeworpen om Duitse tanks tegen te houden. Ook het verzet probeerde haar steentje bij te dragen. Maar hulp werd vriendelijk van de hand gewezen door de Britten. Toch wist het verzet in Arnhem de verbindingsofficier Bestebreurtje, de assistent van Generaal Gavin van de 82nd Airborne, via geheime telefoonlijnen te informeren dat de Britten in groot gevaar waren en dat de Duitsers hen zouden overwinnen.

Para's in een bomkrater bij Wolfheze

Wat ook in groot gevaar was, waren de DZ gebieden waar 4th Parachute Brigade onder commando van Brigadier General ‘Shan’ Hackett zou landen om 10.00 uur. De eenheden die de DZ’s beschermden onder commando van Brigadier General ‘Pip’ Hicks die de 17de als eerste eenheid was binnengekomen, hadden verschillende keren de Duitse troepen onder Von Tettau moeten afslaan. Met hulp van de artillerie van Lt-Col. W.F.K. ‘Sheriff’ Thompson en vastberaden para’s die geen mededogen toonden voor de Duitsers behielden ze de DZ’s.

De chef-staf, Colonel Charles Mackenzie had de nacht doorgebracht in een Horsa zwever en vroeg zich af waar zijn baas, generaal Urquhart zich bevond. Na zijn vertrek van de LZ op de 17de had hij niets meer vernomen. Hij vond dat het tijd worden om Hicks op de hoogte te brengen van de afspraken die Urquhart had gemaakt over de opvolging van het commando als Urquhart niet meer in staat zou zijn die te voeren. Urquhart had aan Mackezie een volgorde van opvolging gegeven: Lathbury, Hicks en dan Hackett. In het hoofdkwartier van Hick’s, een huis aan de weg Heelsum-Arnhem, bracht Mackenzie de opdracht van Urquhart over, Hicks werd divisie commandant. Het eerste wat Mackezie verzocht was troepen van Hicks als extra ondersteuning, in de vorm van een bataljon, naar de brug te sturen. Hackett zou later dan de versterkingen toevoegen. Hicks was in tweestrijd; enerzijds was zijn positie zwak en vreesde hij onder de voet te worden gelopen door de Duitsers voor Hackett zou arriveren, anderzijds vreesde hij voor de in de knel zittende Frost bij de brug. Hij stelde een half bataljon samen van de South Staffords om naar de brug te gaan. De andere helft zou vertrekken als de ‘2nd lift’ van Hackett zou arriveren.

Brigadier General P.'Pip'H.W. Hicks

Via een radioverbinding die ‘Sheriff’ Thompson had weten te maken met de brug, waar een Forward Observation Officer, Major D.S. Munford zat in een gebouw van de waterleiding, kwam Hicks aan sporadische informatie. Wat Hicks frustreerde was dat hij geen radiocontact kon krijgen met Browning zijn hoofdkwartier bij Nijmegen. Hadden de para’s het verzet vertrouwd en met hen gewerkt, wellicht was het dan wel gelukt via hun geheime telefoonlijnen. Een andere frustratie voor Hicks was de onzekerheid aangaande de 2nd Lift met Hackett,… zou die op tijd komen? Gelukkig hoefde hij niet aan de opvliegende Hackett te vertellen dat hij, Hicks, nu het commando over de Britse 1st Airborne Divsion had, dat zou Mackenzie doen. Maar waar was generaal Urquhart?

Een Stug III van de Hohenstaufen Division in Arnhem

General Roy Urquhart was bij Lathbury gebleven en bij het 3rd Battalion van Fitch. Deze hadden tegen de avond Oosterbeek bereikt. Urquhart betrok samen met Lathbury een groot landhuis voor de nacht, waar de bewoners graag een kamer afstonden voor hun ‘bevrijders’. Om drie uur in de nacht was Urquhart gewekt en was hij weer verder opgetrokken met het 3rd Battalion. Het commando berustte bij Lt-Col. Fitch en Urquhart wilde zich er niet mee bemoeien, maar het vrat aan hem dat ze zo slecht opschoten. Een beetje geweervuur deed iedereen halt houden, terwijl men juist moest doorzetten, ook al kostte dit levens. De vertraging zou op den duur veel meer kosten, wist Urquhart. Maar het waren niet alleen de Duitsers die vertraagden, ook Nederlanders hielden de para’s op door de bevrijders uitbundig te verwelkomen. Maar dat veranderde op slag bij de kruising van de twee wegen die het 1st en het 3rd Battalion volgden. Hier stonden de SS-ers van de Hohenstaufen Division te wachten met hun gemechaniseerde kanonnen en de 88mm Flak kanonnen die in de nacht positie hadden gekozen. Eerst was het bataljon van Dobie uit elkaar gejaagd door het moordende geweld van Harzer zijn pantsertroepen, en vervolgens werden de para’s van het derde bataljon van Fitch bestookt. Iedereen zocht een veilig heenkomen. Urquhart en Lathbury zochten hun heil in smalle straten. Ze zochten met een aantal andere officieren toevlucht in een drie verdiepingen tellend gebouw. Toen er een Duitse tank onder het gebouw doorreed, gooide Major Peter Waddy een springlading in de koepel waarop de tank uit elkaar spatte. Er werden nog snel twee andere tanks uitgeschakeld, maar de para’s waren te licht bewapend om de Duitsers tegen te houden.

De route van Urquart en de locatie waar Lathbury getroffen werd
(Google Earth)

Het eerste nieuws hoorde Urquhart van de Brencarrier chauffeur Leo Heaps die dwars door de linies was gekomen met munitie voor Frost. Hij hoorde dat Frost het zwaar had en dat de verbindingen nog steeds niet goed waren. Urquhart zond Heaps verder naar de brug om zijn munitie af te leveren. Vervolgens zou, zo was de opdracht, Heaps terugkeren naar Mackezie om versterkingen te vragen voor Frost. Heaps vertrok, maar zou nooit de brug bereiken vanwege dat de Duitsers de route er naar toe geheel hadden afgesloten. Onderwijl probeerden Urquhart en Lathbury met twee andere officieren, Captain William Taylor en Captain James Cleminson, weg te komen. Lathbury, bewapend met een stengun, schoot per ongeluk het wapen af waarbij bijna Urquhart geraakt werd. Deze vroeg zich af aan welke kant Lathbury stond. Door verwarring tussen de vier mannen namen Urquhart en Lathbury de verkeerde afslag, richting de Duitsers over de Alexanderstraat. Van alle kanten kwamen Duitse kogels. Vanuit de Hendrikstraat werd met een machinegeweer geschoten waardoor Lathbury onder in de rug geraakt werd. De mannen grepen Lathbury beet en brachten hem op nummer 135 naar binnen. Terwijl de mannen rond het slachtoffer stonden te debateren wat ze moesten verscheen een Duitse soldaat voor de ramen. In een flits schoot Urquhart met zijn revolver een kogel door het hoofd van de soldaat. Ze brachten Latbury onder de trap en de bewoners zouden zorgen, zodra het kon, dat de officier naar het ziekenhuis werd gebracht. De anderen ontsnapten via de achterzijde van het huis om schuin over te steken, naar het huis van Antoon Derksen aan de Zwarteweg 14.

Zwarteweg 14, ('Urquhart House') het onderduik adres van Urquhart

Er zat niets anders op dan te schuilen in het huis aan de Zwarteweg. De bewoners verborgen de drie mannen op zolder, maar niet voor ze even naar buiten keken door het slaapkamerraam, het wemelde van de Duitse soldaten en er kwam een tank rammelend de straat binnen.

Gräbner verliest op de brug

De verkenningseenheid van de 9de SS had Nijmegen bezocht en daar een kort gevecht gehad met enkele para’s. De Waalbrug leek nog niet echt in gevaar te komen, en verder had de verkenningseenheid geen vijandelijke troepen gezien tussen Arnhem en Nijmegen. De commandant, SS-Hauptsturmführer Victor Gräbner, besloot 18 van zijn pantservoertuigen achter te laten bij de Waalbrug en met de andere 22 voertuigen terug te keren naar Arnhem. Hij had begrepen dat er een kleine eenheid aan Britse para’s de noordzijde van de brug bezet hield. Het werd tijd dat deze daar verdreven werden. Zijn eenheid van geharde SS-ers zou met hun gepantserde voertuigen welke korte metten maken. Om 09.30 uur hoorden de para’s van Colonel Frost het geronk van voertuigen en ze waren vol verwachting dat het de voertuigen waren van Horrocks. Maar al snel werd duidelijk dat het niet het XXX Corps was.

Een SdKfz 251 Ausf.D van de 9de SS Panzer Division (hier nog in Frankrijk),
een type voertuig waarvan verschillende slachtoffer werden op de brug

Eerst kwamen er vijf voertuigen met hoge snelheid door de barricades gescheurd, onderwijl de mijnen ontwijkend die er lagen. Om de Britten gedekt te houden schoten Duitse machinegeweren vanaf de voertuigen op de gebouwen. Verbaasd over de snelheid zagen de para’s van Frost de voertuigen de brug afscheuren en Arnhem binnengaan. Nu kwam de gehele colonne de brug opzetten. Maar dit waren de tragere pantservoertuigen en vrachtwagens met halfrupsbanden. Maar de para’s waren nu gereed na de eerste overrompelende actie van de Duitsers. Mannen lagen in stelling met mitrailleurs en anti-tank geschut, zoals de PIAT. De eerste twee voertuigen verloren in het vuur gelijk de chauffeurs en bijrijders. De bemanning werd daarop neer gemaaid door de Britse kogels en granaten. Het derde voertuig reed al voorzichtiger en was een makkelijk doelwit. De chauffeur trachtte achteruit te rijden en de kettingbotsing was een feit.

Een fotoverkenner nam tegen de avond op 18 september deze foto
(let op de lange schaduwen)

Het werd een chaos van op elkaar rijdende voertuigen. In een hel van granaten en kogels probeerden Duitsers te ontsnappen. Voertuigen vlogen in brand en andere pantserwagens probeerden die aan de kant te duwen om maar een doorbraak te forceren. Ook de artillerie van ‘Sheriff’ Thompson, dat vanaf Oosterbeek schoot, kwam binnen op en bij de brug om de dodelijke chaos nog even erger te maken. Hier en daar hoorde men de strijdkreet van de Britse para’s boven het lawaai uit; ‘Whoa Mohammed’. De strijd was lang en meedogenloos geweest, twee uur, en kostte veel van de mannen en hun munitie. Enkele voertuigen wisten achteruit de brug weer af te komen, maar ze moesten vele doden en gewonden achterlaten, waaronder kapitein Gräbner.

Eén van de bekendste foto's waarop de verwoeste colonne van Gräbner is te zien


’A Bridge Too Far’

Naar aanleiding van deze pagina's kreeg ik enkele kopiën van papieren opgestuurd door Harry Hommes, die als figurant deel genomen had aan A Bridge Too Far. Onder deze papieren waren enkele zogenaamde 'Call Sheets'. Toevalligerwijze betrof het hier de draaidag dat de SS colonne van Gräbner zou worden 'geschoten'. Daar het grote bestanden zijn kunt u ze alleen bekijken door op de linken hieronder te klikken.

De 17de september werd voor het XXX Corps afgesloten met het naderen van Valkenswaard. Lt-Col. ‘Joe’ Vandeleur praat, of zeg maar, schreeuwt, naar zijn broer Lt-Col. Giles A.M. Vandeleur, in een ander voertuig in de colonne, dat het snel donker wordt en dat ze hun bivak voor de nacht gaan opzetten. De bezorgdheid van Giles (een rol van Michael Byrne) dat ze nu al stoppen wordt weggewuifd door de andere Vandeleur;
‘Giles,… Remember what the general said. We’re the cavalry,… it would be bad form to arrive in advance of schedule. In the nick of time would do nicely.’

De Wilhelminabrug van Deventer
waar de scène met Gräbner's colonne 12 keer werd uitgevoerd

En in de vroege ochtend van de 18de dachten de mannen van Frost dat Vandeleur al over de brug kwam. In A Bridge Too Far is het één van de spectaculairste scènes. De brug van Deventer werd optimaal gebruikt voor de actie tegen de Duitse SS colonne. De arrogante houding van de SS-ers, en met name van kapitein Paul Gräbner (gespeeld door Fred Williams) wordt wellicht iets te dik aangezet, maar de zelfverzekerde zelfmoordtocht komt goed over.

Regisseur David Attenborough en producer Joe Levine op de brug van Deventer

De gehele scène was eerst als storyboard getekend door Michael White. Vervolgens werd op een uitgezet parcours achter een fabriek in Twello de gehele actie geoefend. Met de chauffeurs van de voertuigen, die bekend stond als ‘Charlie Mann’s Squadron’, en met Nederlandse stuntmensen en de gehele filmcrew werden de beste standpunten bepaald voor als er voor het echt zou worden gefilmd. Niet alle voertuigen konden zomaar in brand worden gestoken door de special effects afdeling, deze werden uitgerust met gasbranders. De dikke walm die brandende voertuigen altijd veroorzaken blijft dan ook uit. Voor de film werd minstens 12 keer de aanval op de brug uitgevoerd en stierf Gräbner 6 maal.

De colonne loopt hopeloos vast in het moordende vuur van de para's

John Frost, nu een Major-General, was aanwezig tijdens het filmen van de aanval van de SS verkenningseenheid en verklaarde later; ‘It was better than the real thing!’ Waarschijnlijk bedoelde hij daarmee dat er met losse flodders en gecontroleerde springladingen werd gewerkt en dat er daardoor geen gewonden vielen, laat staan doden. Al het werk om de scènes te schieten leverde in totaal drie minuten op in A Bridge Too Far.

Major-General John Frost bij de brug van Deventer in 1976

Voor het filmfragment
KLIK HIER

De volgende scène in de film behelst de gefrustreerde generaal Urquhart die besluit terug te keren naar het hoofdkwartier. Ontbrekende in deze scène is Captain William Taylor. Met getrokken pistolen, en Brigadier-General Gerald Lathbury met de stengun, trekken ze erop uit.

Brigadier-General Gerald Lathbury wordt in een kogelregen geveld

Als Lathbury (Donald Douglas) getroffen wordt door, een niet zichtbaar, machinegeweer, wordt deze opgehaald door de anderen en een huis binnengesleept. De scène werd gefilmd in Deventer, in een buurt met rijtjeshuizen. Als de mannen Lathbury onderzoeken en constateren dat hij verlamd is loopt er juist een Duitse soldaat voorbij. We zien Urquhart schieten met een pistool, maar waarschijnlijk is dit een revolver geweest (volgens het boek A Bridge Too Far en Urquhart zijn eigen boek, Arnhem). De bewoner (een rol van Johan Ter Sla) verzoekt de mannen te vertrekken, zij zullen voor Lathbury zorgen.

General Urquhart schiet op de Duitse soldaat

Als Urquhart en zijn gevolg verder trekken komen ze in het huis van Derksen terecht. Hier zien ze een Duitse tank voor de deur staan. Voor deze scène was een, van het Nederlandse leger geleende, Leopard door de set-decorators uitgedost met extra 'metalen' platen zodat het iets meer op een Duitse tank uit de Tweede Wereldoorlog leek.

Klik hieronder om naar de volgende episode te gaan van
Market-Garden en 'A Bridge Too Far'.