FOCKE-WULF FW 190
'Die Langnasen-Dora'

Het logische vervolg op de Fw 190A zou de Fw 190B moeten worden. Er werd een verbeterde motor in geplaatst, de BMW 801D-2, en een drukcabine. Na drie prototypes werd het concept opgegeven vanwege de problemen met de drukcabine. Ook de opvolger van de B-versie, de Fw 190C, was uitgerust met een DB603 lijnmotor met Hirth 9-2281 turbocompressor en ringvormige radiators. Dit geheel dreef een vierbladige propeller aan. Dit concept voor de Fw 190C werd na vijf prototypes opgegeven in 1944.

Werktekening voor de Fw 190C-V18

Terwijl de constructeurs nog bezig waren met de Fw 190B en 190C, was men In het voorjaar van 1943 begonnen naar de ontwikkeling van de Fw 190V17, V18 en V19 prototypen. Deze testtoestellen zouden uiteindelijk ontwikkeld worden tot de Fw 190D (die tijdens conflicten met de RAF of USAAF 'Long-nose' werden genoemd). Deze lange neuzen waren afkomstig van de Junkers Jumo 213A-1 omgekeerde V12 motoren die de Fw 190D aandreven. De Jumo had een kracht van 1776 pk maar kon worden opgevoerd tijdens de vlucht tot 2240 pk door water/methanol injectie toe te dienen.

Het tweede prototype Fw 190C-V18

De eerste echte productietoestellen, de Fw 190D-9's hadden twee 20mm kanonnen en twee 13mm MG's. Ook al was het een heel nieuw concept voor de Fw 190 serie, de toevoeging '9' bleef de opvolger voor de Fw 190A-8 serie. Binnen de Luftwaffe stond de Fw 190D bekend als de 'Dora Negen'.

Een Fw 190D-9

De eerste 'Dora's' werden geleverd aan het Jagd Geschwader Udet op Detmold in de winter van 1943/44 waarna ze al snel kennis maakten met de RAF. Van de Fw 190D-10 werd maar één prototype gebouwd. Dit toestel had een enkel kanon van 30mm die door de propellernaaf schoot en dat de dubbele machinegeweren verving. Ook de Fw 190-11 was met zeven prototypes alleen in gebruik als testtoestel waar voornamelijk de bewapening veranderde en verschillende radio's werden getest. De Fw 190D-12 en 13 waren grondaanval vliegtuigen. De D-12 had twee 20mm kanonnen in de vleugel en een 30mm motorkanon.

Ook het Rode Leger testte na de oorlog de 'Dora', getuige deze foto

Van de Fw 190D's zijn er nog vijf bekend in de hele wereld, waaronder slechts twee tentoongesteld voor publiek (de andere twee zijn onder restauratie). In het USAF Museum op Wright-Patterson AFB, Dayton, Ohio is de Fw 190D-9 in de kentekens van IV./JG51 te vinden die daar staat op leenbasis van het National Air and Space Museum (NASM). Eind 2004 werd een 'Dora' geborgen door een Belgische archelogische groep. Het wrak, een Fw 190D-9 van JG54 werd tijdens Operatie 'Bodenplatte' neergeschoten door Spitfires. Het wrak zonder vleugels zal te zien zijn in het BAHAAT Museum in Erembodegem.

Het instrumentenpaneel van een Fw 190D

Wellicht de bekendste Fw 190D is nu te vinden in het Museum of Flight in Seattle. Deze machine, een Fw 190D-13/R11 (Werknummer 836017), stond jarenlang in het Fighter Champlin Museum in Mesa, Arizona. De machine was ooit geleverd aan het I./JG26 in maart 1945. In mei 1945 was het één van de vele Duitse vliegtuigen dat uitgekozen werd om verscheept te worden naar de Verenigde Staten om te worden getest. Na het testen werd het toestel overgedragen aan het George Tech voor luchtvaart onderzoek. Na 1955 bleek er weinig meer over dan een romp met vleugels (die trouwens van een andere Fw 190D waren). Via verschillende omzwervingen kwam het toestel in handen van Doug Champlin in Santa Barbara in 1972. Deze verscheepte de Fw 190D terug naar Duitsland. Hier werd het toestel, onder aanwijzingen van Kurt Tank zelf, gerestaureerd door A.A. Williamson in vier jaar tijd. Na terugkomst in Mesa is de Fw 190D verder afgebouwd waarbij de status van volledig vliegwaardig werd bereikt. Door haar uniekheid heeft deze 'Dora' echter alleen haar Jumo 213 E/F motor laten draaien maar heeft nooit het luchtruim na restauratie mogen doorklieven.

De enige 'vliegwaardige' Fw 190D, de 836017, in de wereld

De Fw 190D-13 836017 werd op de civile Amerikaanse registratie gezet als N190D. tegenwoordig is het toestel te vinden in het Flying Heritage Collection van Paul Allen, en is te bezichtigen in het Museum of Flight in Seattle.

Andere 'korte neuzen'

Een Fw 190F-8 leek erg op de Fw 190A-8, maar de bolle behuizing
op de motorkap waarin MG 131 machinegeweren zaten, verraden het type

De Fw 190E werd nooit gebouwd, maar de Fw 190F en de Fw 190G waren grondaanval vliegtuigen die extern erg leken op de Fw 190A serie. Opvallend kenmerk was de introductie bij de latere 'F' modellen een nieuwe cockpitkap, de zogenaamde 'Galland kap', die een ronder was en die ook gebruikt werd op de Fw 190D. Het gaat te ver om alle sub-types uit de Fw 190F serie te behandelen, van de Fw 190F-8 waren dat er maar liefst 13 stuks (R1 tot R16 varianten aan boordwapens). Welke ik nog wel even noem is de Fw 190F-9 die bekend stond als de 'Panzerblitz' of 'Panzerschreck'. Deze versie was uitgerust met twaalf R4M raketten tegen tanks. De Fw 190G was eigenlijk de voorloper van de 'F'. Deze serie was gebaseerd op de Fw 190A-5/U3. Het was de bedoeling dat deze versie ingezet zou worden als jachtbommenwerper en duikbommenwerper.

DN + FP was een Fw 190G-3 welke in Amerikaanse handen werd getest
met niet geheel correct uitgevoerde kentekens
(de zwarte belijning van het 'balkenkruis' op de romp is te dun)

De Fw 190G-1 productiemachine was in staat om 1000 kg aan bommen te vervoeren. Een bom van 500 kg onder de romp en onder iedere vleugel een bom van 250 kg. De Fw 190H, een voorstel voor grote hoogte, met een DB603G werd nooit gebouwd. Toch werden er een enorm aantal prototypes gebouwd om verschillende motoren te testen en wapensystemen. Maar liefst 86 prototypes brachten de data die nodig waren om één van de belangrijkste vliegtuigen uit het Duitse arsenaal te ontwikkelen.

Langneuzige nakomelingen

In de herfst van 1943 werd Fw 190D omgenummerd tot de Ta 152, waarbij de 'Ta' stond voor Tank, ontwerper van de Fw 190 serie. Toch was de Ta 152 niet een directe kopie van de Fw 190D, maar bevatte vele nieuwe ontwikkelingen. De 'flap' en landinggestel werden niet meer elektrisch, maar hydraulisch. Er werd een extra 30mm MK 108 kanon aangebracht dat door de spinner schoot van de propeller.

Een tekening van het prototype van de Ta 152

De eerste serie Ta 152A-1 had dezelfde motor als de Fw 190, de Jumo 213A-1, maar de Ta 152B-0 versie had de Jumo 213E-1die 1750 pk produceerde. In augustus 1944 werd de productie aangevangen met de Ta 152A en B, maar slechts in kleine aantallen geproduceerd. Na de eerste ervaringen tijdens luchtgevechten werden er radicale veranderingen aangebracht, die de Ta 152C-1 zou worden. Deze machine werd aangedreven door een Daimler-Benz DB 603LA met 1800 pk vermogen. Ontwikkeld als jachtvliegtuig werd het meest ingezet als grondaanvaller. De spanwijdte was opgelopen, ten opzichte van de Fw 190D (10,50 m), tot 11,10 m. De Ta 152E waren verkennertoestellen met minder bewapening.

Een productie Ta 152 in het voorjaar van 1945

De laatste versie van de Ta 152, was de H serie. Dit was een toestel voor grote hoogte dat een spanwijdte had van 14.43 m. In deze versie werd weer teruggegrepen op de Jumo 213 E-1. Deze 1750 pk motor gaf het toestel een maximum snelheid van 759 km/u op 12.500 meter hoogte. Tijdens één van de testvluchten, uitgevoerd door Kurt tank zelf, in december 1944, werd hij onderschept door twee Amerikaanse P-51D Mustangs. Tank drukte de gashendel naar voren en wist gemakkelijk aan zijn belagers te ontkomen. In januari 1945 liepen de eerste Ta 152H-1 van de productielijn. Er werden er slechts een tiental gebouwd en er werden maar sporadisch ingezet, de meeste om de vliegvelden van de Me 262 te beschermen (die tijdens start en landing enorm kwetsbaar waren). Daartoe hadden deze toestellen een bewapening van één 30mm MK 108 kanon en twee 20mm MG 151 kanonnen. Totale productie van alle Ta 152 toestellen bedroeg 93 machines waaronder 26 prototypes.

Een Ta 152H in Amerikaanse handen met nummer (foreign equipment) FE 112

Bewaard gebleven Fw 190's

Op bovenstaande foto is de enige bewaard gebleven Ta 152 te zien. Het betreft hier de Ta 152H-0/R-11 die in 1945 naar Amerika werd verscheept om uitvoerig getest te worden. Het toestel diende bij het JG301. Tegenwoordig is dit toestel in opslag bij het National Air and Space Museum. Wat betreft de andere Fw 190 types; zoals reeds hierboven aangehaald zijn er nog vijf Fw 190D's bewaard gebleven (waarvan twee niet meer dan een wrak). Van de Fw 190F serie zijn nog 8 stuks bewaard gebleven waarvan een F-8 op dit moment in restauratie tot vliegwaardig conditie wordt gemaakt in Kissimmee, Verenigde Staten. Deze machine diende ooit bij het 5./JG9 en heeft nog een originele BMW 801D-2 motor.

Van de Fw 190A serie zijn de meeste bewaard gebleven (13 stuks). Hiervan zijn op dit moment vier onder restauratie tot vliegwaardige conditie (allen in de VS). Ook in Europa zijn nog enkele originele Fw 190 jagers te vinden.

Fw 190F-8/U1 (S8) trainer in Hendon

De tweezitter waarvan ik sprak in mijn inleiding is ook een Fw 109F, en begon zijn leven als een eenzitter jager, een F-8/U1 (S8). Met Werknummer 584 219 werd dit toestel gebouwd bij Arado. Nu ondergebracht in het RAF Museum in Hendon, vloog het ooit bij de Jagdflieger Schule 103.

In het Imperial War Museum is deze Fw 190A-8/R6 te vinden

Mocht u in Hendon zijn, een buitenwijk van Londen, bezoek dan ook het Imperial War Museum in Londen zelf. Hier is een Fw 190A-8/R6 (Werknummer 733 692) te vinden. Deze machine behoorde ooit tot een Mistel S-3B combinatie waarbij de Fw 190 op een Ju 88H-1 geplaatst was (ter illustratie is hieronder een foto van een Mistel-combinatie geplaatst).

Wellicht de Fw 190 die het makkelijkst te vinden is vanuit Nederland, bevindt zich in Hannover-Laatzen. Dit is een Fw 190A-8 die diende bij het 6./JG1. Nu is het, met gereconstrueerde onderdelen, te vinden als static in het Luftfahrtmuseum.

Een andere machine die redelijk dichtbij te vinden is, is de Fw 190A-8 in het Musée Air + Espace, Le Bourget nabij Parijs. Deze machine is in de kleuren van de A-7 ('13') welke gevlogen werd door Oberst Josef Priller, commandant van JG 26.

Fw 190A-8 in het Musée Air + Espace, Le Bourget

In Duitsland worden op dit moment weer vliegwaardige Fw 190 toestellen gebouwd bij de firma Flug Werk. Onder de naam FW 190N (Flugwerk 190 Nachbau) hebben tot nu toe (juni 2006) twee toestellen gevlogen. Er zouden reeds 16 kopers zijn voor zo'n FW 190N. De FW 190N wordt aangedreven door een 1900 pk Shevetsov Ash-82 motor. Het bedrijf is op dit moment bezig een FW 190D-9 te bouwen die een Allison V-1710 motor zal krijgen. Flug Werk is ook verantwoordelijk voor de restauratie van de Fw 190A-8 in Hannover-Laatzen.

Onderstaande gegevens betreft de Fw 190A (Fw 190D tussen 'haakjes')

Fabrikant Focke Wulf Flugzeugbau GmbH
Ontwerper Kurt Tank
Gebruik Jachtvliegtuig, jachtbommenwerper, duikbommenwerper
Motor BMW 801 (Junkers Jumo 213)
Vermogen 1700 pk (1750 pk, met boost; 2240 pk)
Spanwijdte 10,50 m
Vleugeloppervlakte 18,3 m²
Lengte 8,79 m (10,19 m)
Hoogte 3,96 m (3,36 m)
Klimvermogen 720 m/p.min.
Gewicht leeg 3170 kg (3500 kg) Geladen 4900 kg (4840 kg)
Snelheid max. 654 km/u (704 km/u)
Plafond 11.400 m (10.000)
Bereik 850 km (interne brandstof)
Bewapening A-8/R2: 2 X MG 17 machinegeweren, 4 X MG 151/20mm kanonnen (2 X MG 151/20mm kanonnen, 1 X MK 108/30mm kanon) 500 kg bom
Bemanning 1
Eerste vlucht 1 juni 1939
Aantal geb. 20.087 (+ 67 Ta 152's)

BRONNEN

Klik op 'Top 50' voor mijn persoonlijke 'best of' militaire vliegtuigen lijst.

Terug