De cockpit van een
B-25 die weinig zou veranderen in alle
varianten.
De XB-25E en de
XB-25F
Er is maar één B25-E gebouwd. Dit was een experimenteel
toestel waarvoor een B-25C werd gebruikt. Deze, zogenaamde
XB-25E werd hoofdzakelijk gebruikt voor het testen van
ont-ijzing aan de vleugelranden met speciale uitlaatsystemen
vanaf de motoren. Vanaf 1944 werd het toestel volop getest
door de NACA (National Advisory Commitee for Aerospace) in
Cleveland, Ohio. Maar toen bleek dat de Mitchell standaard
geen problemen had de vleugels ijsvrij te houden, werd verdere
ontwikkeling stopgezet. Het toestel, de 42-32281, werd in
jaren later gesloopt, maar de neussectie is bewaard gebleven
en beheert door de Commemorative Air Force in Midland, Texas.
Ook een XB-25F is er geweest voor testwerk ont-ijzing, maar
van dit toestel is weinig meer bekend dan het systeem dat
getest werd op electra werkte.
- B-25G
-
Dat de neusbewapening in de B-25 niet alleen ter
verdediging hoefde te worden gebruikt, hadden de aanpassingen
aan de B-25C en D al bewezen (zie vorige pagina). Om de
vuurkracht naar voren nog zwaarder te maken werd gezocht naar
een kanon. Dit werd gevonden in het 75mm concept ontwikkeld
door Captain Horace Dunn van de US Army Ordnance Department.
Er werd een B-25C (41-13296) omgebouwd om als XB-25C dienst te
gaan doen. Het M4 75mm kanon werd aan bakboordzijde
gemonteerd. Voor het 2.97 meter lange en 408 kg zware kanon
waren 21 granaten aan boord. Met de lengte van het kanon en om
de terugslag op te vangen was er een ruimte nodig van totaal
4.33 meter. Bij het afschieten was er een terugslag voelbaar
maar produceerde geen verdere vibraties aan het toestel. De
granaat was na het afschieten met het blote oog te volgen.
Een B-25G, opererend
tegen onderzeeboten, vanuit Orlando,
Florida
Ervaringen opgedaan met de XB-25G, ging de B-25G in
productie in Inglewood waar 400 gebouwd werden (plus vijf
omgebouwde B-25C's). In de fabrieken in Kansas City en bij
Republic Aviation in Indiana, werden 63 B-25D's aangepast. Net
als bij het prototype, de XB-25G, was de neus ingekort en was
het plexiglas vervangen aluminium beplating. Het moge
duidelijk zijn dat een bommenrichter in dit type niet langer
nodig was. Was in het veld bij de B-25D 'Strafer' de koepel
onder romp al vervallen, bij de B-25G verviel deze bij het
199ste toestel, de 42-65001. Op de foto hierboven is bij
B-25G, 42-64758 de koepel onder de romp nog zichtbaar. Nadat
de geschutskoepel aan de onderzijde verwijderd was, werd in
latere B-25G’s weer een geschutspositie in de staart gecreëerd
met één machinegeweer.
B-25G-10, 42-65128,
zonder staartgeschut (dus nog met
bodemkoepel).
De twee machinegeweren in de neus werden niet alleen
gebruikt als defensieve wapens, maar ook als offensief
richtmiddel voor het kanon. Het geschut was uitermate
succesvol tegen oppervlakte schepen. Tijdens een aanval was
het toestel kwetsbaar tegen afweergeschut aangezien het geen
ontwijkende manoeuvres kon maken. Door het lastige laden van
het kanon werden er gemiddeld maar 4 schoten op het doel los
gelaten. Toen doelen voor het 75mm kanon schaarser werden,
werd het kanon vaak vervangen voor twee extra .50
machinegeweren.
Het 'ragen' van het
75mm kanon, lege hulsen dienen als stofkap voor de
.50.
Ter evaluatie ontving de RAF twee B-25G's waar het ook
onder de naam Mitchell II te boek stond, net als de B-25C/D.
Eén B-25G ging naar de US Navy als PBJ-1G, maar het is niet
duidelijk of de marine het toestel ooit gebruikt heeft.
- B-25H
-
De basis van de B-25 Mitchell bleef eigenlijk onveranderd,
maar de defensie en offensieve bewapening werd steeds beter op
elkaar afgestemd. Met de komst van de B-25H, die de B-25G
verving vanaf augustus 1943 in de fabriek te Inglewood, was er
nog nooit zo’n zwaar bewapende B-25 geweest. Met in totaal
veertien .50 machinegeweren en een 75mm kanon was dit een
waarlijk afschrikwekkend toestel.
Een B-25H-1 bij North
American in Ingelwood, Californië.
Niet alleen was er een volwaardige staartschutter positie
met twee .50 machinegeweren, ook waren er nu in de achterromp
twee ramen met elk een .50 (die al waren verschenen in de
latere modellen van de B-25G’s). De geschutskoepel boven op de
romp werd naar voren gebracht, achter de cockpit om de balans
te corrigeren. In de neus zaten vier .50 machinegeweren met
als extra, in dubbele pakketen, vier .50 machinegeweren onder
de cockpit. De bomlading bestond uit 1500 kg of een 1000 kg
zware torpedo plus acht 12.5cm raketten onder de vleugels.
De 1000ste B-25H (43-5104) was voorzien van
handtekeningen van de fabrieksarbeiders van NAA
(hier in dienst bij 12th Bomb Group in 1945)
De B-25H werd in Kansas City geproduceerd en er liepen 1000
van de band. De plaatst voor de co-piloot was vervallen. De
navigator bediende het kanon, er was een schutter in de
bovenkoepel en een schutter in de staart. De schutter in de
romp bediende ook de camera. Met de piloot waren er dus vijf
bemanningsleden aan boord.
'Wedden dat je je
vingers brandt?'
De eerste vlucht van de B-25H, de 43-4105, was op 13 juli
1943. Vanaf februari 1944 werden de eerste H’s ingezet in het
zuidwesten van de Stille Oceaan. Er werden testen met een
B-25H gedaan om in plaats van het kanon, vanuit twee buizen
raketten af te vuren.
De PBJ-1H, 43-35277 landt op de USS
Shangri-La
Ook de US Navy ontving 248 B-25H’s als de PBJ-1H. Eén van
deze toestellen, 43-35277, werd voorzien van een vanghaak,
waarmee deklandingen werden getest op de USS Shangri-La op 15
november 1944.
- NA-98X 'Super
Strafer' -
B-25H, 43-4406 werd uitgerust met twee Pratt & Whitney
R-2800-51 Double Wasp motoren die 2000 pk produceerden. Het
toestel viel gelijk op door de propellerspinners en de
rechthoekige vleugeltips. Haalde de B-25G 447 km/u, deze B-25,
de NA-98X, haalde met gemak 560 km/u!
NA-98X 'Super
Strafer', let op de spinners op de propellers.
Tijdens een testvlucht, op 24 april 1944, werden de
buitenste vleugels afgerukt waarop de NA-98X neerstortte.
Beide testvliegers kwamen om het leven en het project werd
stopgezet. De ervaringen opgedaan werden verwerkt in de B-25J
met de acht .50 machinegeweren in de dichte neus.
- B-25J (Mitchell III)
-
Was de vuurkracht van de B-25H al fenomenaal, een variant
van de opvolger, de B-25J, een Strafer, had nog meer .50
machinegeweren aan boord (800 gebouwd). Met de B-25J, de Mitchell III,303 werd ook
weer terug gegrepen op de ‘oude’ glazen neus voor de
bommenrichter (3590 gebouwd). De productie in Kansas City van
de B-25D werd gestopt in december 1943 ter faveure van deze
nieuwe Mitchell. Het zou de laatste uit de serie worden met
4390 stuks, inclusief 72 die buiten het contract in gebruik
werden genomen. Buiten de glazen neus en het vervallen van het
kanon, was de bewapening identiek aan die van de B-25H. Met de
bommenrichter terug op zijn positie was de bemanning
uitgegroeid tot zes man.
Een Nederlandse
Mitchell III van het No. 320 Squadron
Zoals hierboven al aangegeven was er een variant van de
B-25J met een enorme vuurkracht. 800 B-25J’s werden voorzien
van (weer) een dichte neus waarin acht .50 machinegeweren
waren ondergebracht. Hiermee kwam het totaal op 18 .50’s
machinegeweren! Op 14 december 1943 vloog de eerste B-25J die
direct geaccepteerd werd door het leger. In augustus 1945 werd
de laatste B-25J afgeleverd.
'1 For The Gipper',
vernoemd naar de atleet George Gipp, een B-25J 'Strafer',
100th Bomb Sqn.
Hieronder is de B-25J-5-NC Mitchell ’Ruthless Ruth’, 43-28014 in actie te zien tegen de Kustverdediger
No. 134 ‘Tokai Maru’ van de Japanse marine. De B-25J behoorde tot het 499th Bomb Squadron (‘Bats Outa Hell’),
345th Bomb Group (‘Air Apaches’), 5th Air Force en werd tijdens deze actie gevlogen door Lieutenant Louie A.
Mikell. Op 6 april 1945 was het Japanse konvooi HOMO-03, dat de dag van vertrek op 5 april uit haven van Hong
Kong had verlaten, richting Shanghai, al aangevallen door verschillende bommenwerpers en jachtvliegtuigen van
de Amerikanen, wederom onderschept door 24 B-25 van de 345th BG. Zoals de foto toont, miste Lt. Mikell zijn
doel op een haartje. Toch wisten andere B-25’s de ‘Tokai Maru’ te raken waarop het schip omsloeg over stuurboord
en zonk. De meeste van de bemanning wisten zich in veiligheid te brengen. Ook een andere Kustverdediger, de
No. 1 werd tot zinken gebracht. Een torpedobootjager, de Amatsukaze, wist zich in eerste instantie aan de
grond te laten lopen, maar schoof terug de zee in en zonk alsnog. Eén B-25 ging verloren op deze missie. De
kist gevlogen door Captain Albin V. Johnson stortte in zee tijdens de aanval waarbij de gehele bemanning omkwam.
B-25J-5-NC Mitchell ’Ruthless Ruth’, 43-28014
in actie tegen de ‘Tokai Maru’
De RAF ontving 376 B-25J (Mitchell Mk III) bommenwerpers.
Ook de Amerikaanse marine ontving de B-25J als de PBJ-1J
Mitchells. Deze werden voorzien van radar in de
stuurboordvleugel, al werden vaak plaatselijk de oude
neus-radars weer ingebouwd.
Links een 12th Bomb Group
B-25J 'Strafer', rechts een gerestaureerde B-25J-30-NC met
dezelfde nose-art.
Op de volgende pagina meer over varianten en afgeleide
toestellen waar de B-25 model voor stond. Ook informatie over
het na-oorlogse gebruik, en de preservatie van de Mitchell.
Klik op de B-25J
hieronder en u 'schiet' verder!
|